Werken aan kapitaal
Een greep uit de interventies

Een greep uit de interventies
Het onderzoeksrapport 'Uit de Duivelskring van Armoede' (2020) is opgebouwd rond vijf kapitaalbronnen: economisch kapitaal, sociaal kapitaal, cultureel kapitaal, pedagogisch kapitaal en mentaal kapitaal. Daarmee biedt het rapport ons concrete handvatten om armoede vanuit verschillende leefgebieden aan te pakken. De kapitaalbronnen hangen bovendien met elkaar samen. Door één kapitaalbron te versterken, versterk je indirect ook de andere. Met alle verschillende functies binnen Tintengroep werken we, ieder vanuit eigen expertise, aan een of meer kapitaalbronnen. En daarmee direct of indirect ook aan de aanpak van armoede.
In dit hoofdstuk wordt elke kapitaalbron en hoe je ze versterkt kort toegelicht. Veel van deze informatie is afkomstig uit Het onderzoeksrapport 'Uit de Duivelskring van Armoede' (2020). Vervolgens laten we per kapitaalbron een aantal succesvolle interventies vanuit Tintengroep zien, zodat je concreet kunt bijdragen aan het versterken van deze kapitaalbronnen. Dit overzicht is ontwikkeld op basis van de inzichten van het portefeuilleteam armoede en de bevindingen van de studenten die onderzoek hebben gedaan naar interventies op het gebied van armoede.

'Het is aan te bevelen om Tintengroep breed zoveel mogelijk dezelfde termen te hanteren voor de interventies op het gebied van armoede. Dit draagt bij aan herkenbaarheid en het uitwisselen van kennis en kunde binnen Tintengroep.' -
Portefeuilleteam Armoede

Sociaal kapitaal verwijst naar de netwerken die mensen hebben, zoals familie, vrienden, buren, en contacten in onderwijs, werk of vrije tijd. Wie over de juiste netwerken beschikt, heeft meer kans om een baan te vinden en posities in verschillende omgevingen te bekleden, zoals het verenigingsleven, maatschappelijke organisaties en (lokale) politiek.
Er is een duidelijk verband tussen een laag inkomen en het minder vaak kunnen rekenen op hulp van anderen. Mensen die langdurig in armoede verkeren, zijn vaak afhankelijk van hun directe omgeving. Dit betekent dat ze vaker te maken hebben met wat we ‘negatief sociaal kapitaal’ noemen. In dit geval belemmeren hun sociale netwerken hen vaak in deelname aan de samenleving en het realiseren van hun ambities.
Het samenbinden van mensen die zich in elkaar herkennen, zoals lotgenoten rondom het thema schulden. Bij bonding versterk of vergroot je de bindingen met de ‘eigen groep’.
Het verbinden met personen buiten de eigen groep van de inwoner. Bridging is essentieel om sociaal te kunnen stijgen.
Inwoners ondersteunen in het vinden van de weg binnen instituties van overheid, wonen, onderwijs, zorg et cetera.
Armoede is voor mij het gevoel dat je niet kunt meedoen met de rest van de wereld.-
Groepswerk biedt zowel erkenning als waardevolle sociale contacten. Deelnemers kunnen profiteren van elkaars ervaringen en kennis. Het is meer dan alleen een kosteneffectieve werkwijze; naast het aanpakken van individuele vraagstukken, draagt het ook direct bij aan het versterken van sociaal kapitaal.
Het is aan te bevelen om intern te onderzoeken welke (vrijwillige) inzet collectief ontwikkeld kan worden. Uit de praktijk blijkt dat groepen die zich uitsluitend richten op financiële zaken, zoals budgetcursussen, vaak minder succesvol zijn. Indirecte activiteiten die op financiën gericht zijn, zogenaamde ‘schaduwactiviteiten’, blijken echter veel effectiever. Een concreet voorbeeld hiervan is de activiteit 'Koken binnen je budget', waarbij deelnemers, in samenwerking met Het Taalhuis en een ervaringsdeskundige, werken aan budgetteren en geletterdheid door middel van koken.
Een Thuiskamer is een activiteit voor volwassenen van alle leeftijden, die je kunt zien als een verlengstuk van je eigen woonkamer, maar dan samen met dorpsgenoten en enthousiaste vrijwilligers. Het is een plek waar je anderen kunt ontmoeten en samen leuke dingen kunt doen. De gezelligheid en het contact komen vooral van wat jij meebrengt: jezelf!
Thuiskamers zetten in op de talenten en krachten van de deelnemers en richten zich op drie belangrijke pijlers: jezelf kunnen zijn, positief welbevinden en het gevoel van betekenis. Regelmatig worden er sprekers en experts uitgenodigd om relevante thema’s te bespreken die aansluiten bij de doelgroep van de specifieke Thuiskamer. Het wegwijs maken in voorzieningen, subsidies en andere financiële zaken is vaak een belangrijk onderdeel van de activiteiten.
Hoewel Thuiskamers zich voor nu vooral richten op de oudere doelgroep, worden er steeds meer thematische Thuiskamers opgezet, zoals de Jongeren Thuiskamers en de Aardbeving Thuiskamers. Beide vormen bieden een goede gelegenheid om in groepsverband te praten over geldzaken, toeslagen en voorzieningen.

De kracht van het initiatief zit in de betrokkenheid van de inwoners. Wanneer zij zelf het initiatief nemen, voelen ze zich samen verantwoordelijk. Dat maakt het concept uniek. - coördinator Thuiskamers in interview MantelzorgNL

Mentaal kapitaal gaat over het zelfvertrouwen, de wilskracht, veerkracht en creativiteit die mensen hebben om hun talenten, vaardigheden en beperkingen optimaal te benutten. Dit is vooral belangrijk wanneer mensen te maken hebben met tegenslagen in het leven. Armoede heeft een negatieve invloed op het vermogen om je aandacht erbij te houden, de juiste beslissingen te nemen, vast te houden aan plannen en verleidingen te weerstaan. Dit fenomeen wordt de "psychologie van schaarste" genoemd (Mullainathan en Shafir, 2013).
De sociale omgeving kan het zelfvertrouwen en de talenten van mensen zowel versterken als ondermijnen. Ook de manier waarop iemand zijn of haar kansen op de arbeidsmarkt ziet, heeft veel invloed op de motivatie om actief naar werk te zoeken.
Op het moment dat je in armoede leeft, ga je er ook naar denken en kijken, ook naar jezelf. Armoede had dus zeker impact op mijn mentaal kapitaal: het gaf enorm veel stress.
Dit zijn algemeen werkzame factoren in een interventie, bepaalde aspecten van de hulp en ondersteuning die bijdragen aan het resultaat ongeacht het type behandeling en doelgroep. Dat zijn:
Het inloopspreekuur is er naast financiën ook voor vragen op het gebied van fysieke en mentale gezondheid, opvoedvragen, sociale relaties, informele zorg en vrijwilligersactiviteiten. Inwoners kunnen hier iets halen én brengen. Vragen over hoe je een inwonersinitiatief opstart zijn meer dan welkom. Ook hier is het van belang om beroep de doen op iemands talenten en krachten. Alleen al bieden van praktische hulp biedt mentale rust, wat bijdraagt aan mentaal kapitaal.
Welzijn op Recept is een interventie gericht op mensen die zich regelmatig melden bij de huisarts met klachten zoals piekeren, slecht slapen, vermoeidheid, en rug-, schouder-, nek- of hoofdpijn. De ervaring leert dat deze klachten vaak voortkomen uit sociaal-maatschappelijke problematiek. Een verwijzing naar de welzijnscoach sluit beter aan bij de sociaal-maatschappelijke oorzaken van de klachten en verbindt huisartsen en sociaal werk op een structurele manier. Dit biedt de huisarts een alternatief en vergroot de doorverwijsmogelijkheden voor patiënten met psychosociale klachten. Uit de praktijk blijkt dat inwoners vooral met vragen over eenzaamheid, rouw en verlies bij de welzijnscoach terechtkomen. Op basis van deze bevindingen kunnen collectieve activiteiten rondom dit thema worden georganiseerd, wat bijdraagt aan het versterken van sociaal kapitaal.
Inwoners komen relatief veel bij het sociaal werk voor vragen over echtscheiding. Echtscheiding is een belangrijke factor in ontstaan van financiële problematiek. Er komt veel samen bij een echtscheiding; verlies van een woning, stress en opvoedproblematiek. Het raakt daarmee veel kapitaalbronnen. Dit maakt een laagdrempelige plek om je vragen over echtscheiding te kunnen stellen zeer relevant. Een relatie- en scheidingspunt biedt ondersteuning. Zoals gesprekken met individuen of gezinnen. Het helpt ook bij het maken van afspraken, bijvoorbeeld over communicatie of een ouderschapsplan. Ook voor kinderen die problemen ondervinden door de scheiding is er ondersteuning mogelijk, zoals gesprekken met een onafhankelijke professional. Een relatie- en scheidingspunt kan rechtsgang en verergering van de problematiek zoals huiselijk geweld voorkomen.

Pedagogisch kapitaal verwijst naar de sterkte van de omgeving waarin een kind opgroeit. Dit omvat de stabiliteit van het gezin, de opvoedingsvaardigheden van ouders en hun vermogen om de juiste (in)formele hulp, ondersteuning en advies te regelen wanneer dat nodig is.
Langdurige armoede veroorzaakt aanhoudende stress, wat het voor ouders moeilijk maakt om op een gezonde manier het ouderschap en hun opvoedende rol vorm te geven. Armoede zet vaak de relaties binnen gezinnen onder druk, wat kan leiden tot spanningen, ruzies, relatiebreuken, opvoedingsproblemen en zelfs huiselijk geweld. Daarnaast speelt het concept van de 'cultuur van armoede' een rol, waarbij lage verwachtingen en fysieke disciplinering de overlevingstrategie worden, wat armoede van generatie op generatie doorgeeft.
Naast ouders spelen ook andere volwassenen in de omgeving van het kind een belangrijke rol in de opvoeding. Dit noemen we de pedagogische civil society. Helaas kunnen deze volwassenen vaak niet de juiste steun bieden, omdat kinderen in armoede vaak opgroeien in onveilige buurten met onveilige speelplekken.
Draagt bij aan pedagogisch kapitaal door de signalerende, informerende en adviserende functie en het bieden van sociale en praktische steun. Verder is het versterken van de sociale inbedding van gezinnen van belang door bijvoorbeeld ontmoetingsbijeenkomsten te organiseren, waar ouders opvoedingsvragen en oplossingen kunnen uitwisselen.
Bieden een preventieve rol door vroegtijdig problemen in de opvoedingssituatie, het gedrag en de ontwikkeling van kinderen te signaleren, laagdrempelige ondersteuning te bieden en bij te dragen aan een versterking van beschermende factoren voor kinderen.
Financiële zorgen bij ouders hebben een grote invloed op hoe het met hen [de kinderen] gaat en hoe zij zich voelen.”
Binnen Tintengroep hebben deze groepen verschillende namen. Een voorbeeld is Moeders van Emmen. Een aanpak die zich richt op de eerste 1000 dagen, waarvan het doel is om de kans op een gezonde zwangerschap en een goede start voor het kind te vergroten. Gezinnen worden geholpen en samen wordt er op ingezet dat gewoonten die niet bijdragen ook niet worden overgedragen op de volgende generatie. Gezinnen krijgen begeleiding van verloskundigen en professionals van onder meer Sedna en de GGD. Door dit te doen vanaf de start van de zwangerschap, kunnen overgewicht en gezondheidsproblemen voorkomen worden. Uniek aan dit project is dat er een intensieve samenwerking is met hbo-studenten.
Steunouders zijn vrijwilligers die een of twee dagdelen in de week een kind opvangen, zodat de ouders even worden ontlast. De coördinatie voor dit project wordt uitgevoerd door het sociaal werk. Deze koppelt onder andere vraagouders met steunouders. Daarmee zet je met deze interventie in op bridging (ouders met een verschillende sociaal economische status ontmoeten elkaar) en mentorschap (steunouders als mentor voor het kind vanuit het vraaggezin). Steunouders draagt er ook bij aan dat je als sociaalwerkorganisatie veel gezinnen in de gemeente in beeld krijgt. Uit de impactmeting van de landelijke organisatie achter deze interventie blijkt dat vraagouders met de inzet van een steunouder meer rust ervaren en het opvoeden beter lukt. Vraagouders geven aan dat de interventie bijdraagt aan de woordenschat, het gedrag en sociale ontwikkeling van het kind.
Deze interventie wordt gemeentebreed in Groningen ingezet en heeft als doel om het aantal gezinnen in armoede te verminderen en het aantal kinderen met een kansrijke toekomst te laten toenemen. De ambitie is om met 500 gezinnen aan de slag te gaan met onze innovatieve aanpak. De aanpak Kansen voor Kinderen kent drie belangrijke pijlers:
Het sociaal werk werkt hierin samen met verschillende partijen in de gemeente en is verantwoordelijk voor het werven en begeleiden van de ervaringsdeskundige buddy’s. Daarnaast speelt het sociaal werk een belangrijke rol in de bredere samenwerking tussen betrokken partijen en nemen sociaal werkers deel aan het Doorbraakteam. In de praktijk blijkt dat het niet gemakkelijk is deze gezinnen te bereiken. Ze herkennen zich niet direct in termen als ‘generatiearmoede’ of ‘hulpvraag'. Het is dus van belang om op een laagdrempelige manier het programma zichtbaar en bekend te maken, op plekken waar ouders en kinderen veel komen. Zoals op scholen en in het Peuterwerk. Ook is het van belang om samen te werken met partners die signalen kunnen doorgeven wanneer een gezin mogelijk baat heeft bij een buddy.
De brugfunctionaris slaat een directe verbinding tussen school en thuis. Ook krijgen ouders ondersteuning bij praktische zaken en opvoedvragen, waarbij vroegtijdig signalen worden opgepakt. Door zichtbaar en toegankelijk aanwezig te zijn, wordt het netwerk rondom kinderen en daarmee ook de ontwikkelkansen vergroot.
In het kader van School als Wijk (SAW) bieden jongerenwerkers laagdrempelige en lichte ondersteuning aan mbo-studenten in hun eigen leefomgeving. Jongeren leven niet binnen de grenzen van een wijk. Jongerenwerkers hebben een onafhankelijke positie van de scholen, maar sluiten wel aan bij de bestaande (ondersteunings-) structuren van de school. SAW ontleent haar naam dan ook vanuit de gedachte dat de mbo-locaties als een wijk gezien kunnen worden.
Praktijk en evaluatie laten zien dat schoolmaatschappelijk werk van meerwaarde is. Zo heeft het een normaliserende werking op (alledaagse) vraagstukken waar jeugd mee te maken heeft. Naast leerlingen en ouders weten ook de (zorg/ondersteuning) professionals op de scholen het schoolmaatschappelijk werk te vinden voor specifieke vragen.
'We hebben veel moeders die mensen om zich heen missen, dus we vragen wel eens aan andere gebiedsteams ‘wat is hier te doen’. Dat kan nog wel meer denk ik en beter'. - onderzoek Bas en Esmee


Onder cultureel kapitaal verstaan we de vorming die je meekrijgt door lid te zijn van een bepaalde klasse, of door je opleidingsniveau. Het gaat bijvoorbeeld over de normen over hoe je hoort te gedragen en te kleden. Of de brede kennis waarover je beschikt. De hogere klasse en middenklasse zijn in Nederland de groepen mensen die bepalen 'hoe het hoort'. Hoe meer mensen beschikken over het heersende cultureel kapitaal, hoe beter ze zich kunnen handhaven binnen andere netwerken, bijdragen aan de maatschappij en een goede maatschappelijke positie bemachtigen. Oftewel: sociaal functioneren. In de huidige arbeidsmarkt is cultureel kapitaal extra belangrijk. Want het gaat niet langer alleen om goede startkwalificaties, maar ook om de juiste ‘soft skills’. Deze soft skills krijgt je minder mee als je niet tot de midden- of hogere klasse behoort.
We werken vooral in die dorpen dat kinderen hetzelfde willen worden als hun ouders. Het doel van backpack is om kinderen kennis te laten maken met andere sporten, culturele activiteiten en beroepen.
Een vrijwilliger zich gedurende een langere periode verbindt aan een persoon op achterstand (de ‘mentee’) die eveneens op vrijwillige basis aan het project deelneemt. Bij mentoraatsprojecten is er vaak wekelijks contact tussen mentor en mentee. Veel mentoraats-projecten zijn gericht op jongeren, maar niet noodzakelijk.
Wees voorzichtig met uitspraken over mentaliteit. Begrijp, waardeer én benut de onderlinge solidariteit in gemeenschappen waar veel armoede voorkomt. En zie ook de perverse effecten van systemen van bijstand waardoor mensen wellicht langer ‘gevangen’ blijven zitten in uitkeringen dan nodig is.
Overbruggende contacten bieden kennis en inzichten die iemand kan benutten om uit een situatie van armoede te komen.
Binnen Tintengroep zijn er verschillende voorbeelden van talentontwikkeling bij jongeren. Daarmee worden kansen op opleiding, werk en participatie vergroot. In het oog springende voorbeelden zijn Backpack, Pak je Toekomst en MDT.
Pak je Toekomst is er voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar die geen opleiding volgen en ook geen baan of uitkering hebben. Dit zijn de zogenoemde NEET (Not in Employment, Education and Training) jongeren. Een jongerenwerker gaat samen met deze jongeren aan de slag om weer de regie op het leven te pakken.
Het project BackPack wordt georganiseerd vanuit jongerenwerk in samenwerking met buurtwerk. Het biedt kinderen uit de groepen 5 t/m 8 de kans om na schooltijd kennis te maken met sport, cultuur en verschillende beroepen. Met de activiteiten van BackPack wordt ingezet op het stimuleren van kinderen om nieuwe interesses, sporten en bezigheden te ontdekken, waar ze mogelijk een vervolg aan willen geven.
Maatschappelijke Diensttijd (MDT) is een programma dat gefinancierd wordt vanuit ZonMw, waarbij jongeren tussen de 12 en 30 zich, op vrijwillige basis, inzetten voor een ander. Het merendeel van de sociaalwerkorganisaties doet dit vanuit het project Impacter. Impacter is ontwikkeld vanuit de gedachte dat een sterke samenleving jongeren de ruimte biedt om zich in te zetten voor een ander, waarbij zij hun eigen talenten ontdekken en ontwikkelen
Ervaringsdeskundigen zijn professionals die hun eigen levenservaring (in dit geval rondom armoede) hebben leren inzetten om anderen te helpen. Elke organisatie van Tintengroep heeft in ieder geval één ervaringsdeskundige in huis, dat is de afspraak. Zij maken onderdeel uit van de teams binnen de sociaalwerkorganisaties. Het advies is om te herijken wat we als Tintengroep precies verstaan onder ervaringsdeskundigheid. Gaat dit enkel om de hierin opgeleide medewerkers? En hoelang blijft een ervaringsdeskundige deze titel houden?
Een concreet succesvol voorbeeld van ervaringsdeskundigheid zijn de basisbanen binnen Vaart Welzijn. Bijvoorbeeld van de inwoner die, na jaren van werkloosheid, een basisbaan aangeboden kreeg als buurtteam-ondersteuner. Hierdoor verbeterde ze niet alleen haar eigen leven, maar ook dat van de mensen in haar buurt. Haar eigen ervaring met armoede zorgt ervoor dat ze makkelijker contact maakt met mensen in eenzelfde situatie. Bij Mensenwerk Hogeland worden twee ervaringsdeskundigen in armoede ingezet om de bereikbaarheidsdiensten te draaien. Hiermee komt er tijd vrij voor het maatschappelijk werk om de wachtlijst terug te dringen. En met succes. Door de manier van uitvragen door de ervaringsdeskundigen wordt al eerder duidelijk of een hulpvraag doorverwezen kan worden naar het spreekuur of op de aanmeldlijst moet. Hierdoor is de animo voor de spreekuren gegroeid en krijgen meer mensen passende hulp.
Binnen Tintengroep wordt op verschillende manieren invulling gegeven aan het stimuleren en ondersteunen van kunst en cultuur in de gemeenten. Dit gebeurt soms door een specifieke functie zoals de inzet van een cultuurcoach in dienst van de werkorganisatie. Of soms door nauw samen te werken met een cultuurcoach die ergens anders in de gemeente werkzaam is, en/of soms in de vorm van een buurtwerker met affiniteit voor kunst en cultuur. Door de stimulerende, informerende en verbindende rol van deze professionals worden mogelijkheden en kansen voor kunst en cultuur binnen de gemeente vergroot, waardoor het cultureel kapitaal van inwoners verder uitbreidt."

Het economisch kapitaal omvat de economische (financiële) middelen die mensen tot hun beschikking hebben, hun inkomen en vermogen. Voor mensen die te maken hebben met armoede is het economisch kapitaal beperkt of negatief. Vaak is er sprake van (problematische) schulden. Voor de doelgroep in structurele werkloosheid en armoede is werk vinden en het inkomen verhogen het meest effectief. Maar niet altijd. Aan de ‘onderkant’ ontvangen werkenden steeds vaker lagere lonen, waarmee alsnog de rekening niet betaald kan worden. Dit zijn de werkende armen. En denk ook aan de armoedeval zodra mensen werk aanvaarden. Subsidies en andere inkomsten kunnen wegvallen of verlaagd worden, waardoor de vooruitgang in arbeidsinkomen verdwijnt. Daarnaast zijn er groepen met allerlei overlevingsstrategieën, waaronder ruilhandel en zwartwerken. Zie hier de link met ondermijning. Veel bijstandsgerechtigden kampen naast hun werkloosheid met multi-problematiek. De helft van de mensen in de bijstand geeft aan ziek te zijn, fysiek maar vooral psychisch. Wie eenmaal in de bijstand zit, komt er bovendien moeilijk uit. Er zijn wel banen voor lageropgeleiden, maar bijstandsgerechtigden kunnen het veelal fysieke, zware en monotone werk niet aan. En wie wel werk vindt, is dat vaak snel weer kwijt omdat het meeste werk tijdelijk is.
Er ontstaat nu eigenlijk een nieuwe generatiearmoede met mensen die hun hypotheek en energierekening niet kunnen betalen. Dit wordt straks nog erger met netwerkkosten die stijgen. Voor de mensen die al generatie na generatie in die shit zitten komt er weer een klap op. Terwijl ze best potentie hebben en soms met z’n tweeën echt heel hard werken kunnen ze dan nog niet de armoede ontstijgen.
Armoede gaat niet alleen over wat je hebt, maar ook over hoe je je voelt – zeker in relatie tot anderen. Armoedebeleid zal dus niet alleen over je bankrekening moeten gaan, maar ook over subjectieve sociale status. Niet enkel over wat je hebt, maar ook over hoe je je voelt. Of zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau het onlangs nog uitdrukte: in onze postindustriële klassenstructuur is enkel aan de economische knoppen draaien niet langer voldoende - Jongers, 2023
Met behulp van de Voorzieningenwijzer kunnen inwoners eenvoudig zien of ze in aanmerking komen voor gemeentelijke regelingen, toeslagen of andere financiële steun. Daarnaast is het voor sociaal werkers een toegankelijke manier om bij inwoners ‘achter de voordeur’ te komen. Bij Sociaal Werk De Kop is men erg tevreden is over deze interventie. de medewerkers merken nog steeds dat mensen niet weten op welke regelingen ze recht hebben. Ze vragen uit onwetendheid of schaamte niet aan waar ze recht op hebben en ervaren dan soms onnodig geldzorgen.
Waar een gemeente veel aanvullende gemeentelijke regelingen heeft , blijkt de tool een meerwaarde te hebben. Anders is de meerwaarde aanzienlijk kleiner. Ook blijkt uit onderzoek van één van de studenten dat in bepaalde gemeenten het meer pleisterplakken is dan dat er daadwerkelijk een duurzame oplossingen gevonden worden. Bij sommige gemeenten verhoudt de hoeveelheid tijd dat in de Voorzieningenwijzer wordt gestoken niet met de opbrengst. De Voorzieningenwijzer wordt op dit moment verder ontwikkeld naar een meer gebruiksvriendelijker en minder tijdsintensieve tool.
Het verminderen van financiële zorgen en het bevorderen van sociale contacten draagt bij aan minder stress. En dat is cruciaal voor het welzijn van bewoners en helpt bij een gelukkiger en gezonder leven. – Sociaal werkers over de Voorzieningenwijzer
Bij initiatieven zoals de budgetcursussen, budgetmaatjes, formulierenbrigade, Eigen Hand et cetera wordt gebruik gemaakt van vrijwillige inzet. Deze vrijwilligers worden ondersteund door een sociaal werker, gespecialiseerd in het thema armoede. Zij bieden ondersteuning bij administratieve taken, vaak met directe gevolgen voor het inkomen van de inwoner. Een concreet voorbeeld hiervan is de formulierenbrigade, waarbij vrijwilligers inwoners helpen met het invullen van formulieren en het aanvragen van voorzieningen, zoals huur- of zorgtoeslag, bijzondere bijstand of kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.
Indirect werk het bevorderen van vrijwilligerswerk zoals de vrijwillige informatie punten (VIP) en de Z-route bij aan activering. Primair ligt de taak van activering niet bij het sociaal werk. Het is aan te bevelen om verder te verkennen wat de rol van sociaal werk bij activering kan zijn.
Het doel is om inwoners met betalingsachterstanden bij woningcorporaties, energiemaatschappijen, waterbedrijven of zorgverzekeraars zo vroeg mogelijk te ondersteunen, in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS). In de uitvoering van deze wet wordt vaak gewerkt vanuit een team bestaande uit de gemeente, het sociaal werk en de kredietbank, zoals de GKB. Het verschilt per situatie welke partij de inwoners benadert bij een signaal van betalingsachterstanden.
Ervaring- en leerplekken voor inwoners met afstand van de arbeidsmarkt aanbieden draagt bij aan economisch kapitaal. Naast het bieden van deze plekken binnen Tintengroep zelf, wordt er veel samengewerkt met (arbeids-) ontwikkel- en integratieorganisaties binnen de gemeenten. Verder speelt sociaal werk een belangrijke rol bij het aanleren van vaardigheden die waardevol zijn bij het toetreden van de arbeidsmarkt.
Sociaal werk speelt een belangrijke rol in het informeren en voorlichten over de financiële gevolgen en misvattingen bij life-events zoals 18 worden, studeren, uit huis gaan, trouwen, scheiden en ouderschap. Via verschillende interventies -zoals de 18-/+ voorlichtingen, woon-leer-werktrajecten en het eerder genoemde echtscheidingsloket- wordt specifieke aandacht besteed aan deze life-events.
De 18- en 18+ voorlichtingen, die in iedere gemeente onder een andere naam kunnen worden aangeboden, zijn bedoeld voor ouders van kinderen die 18 jaar worden. Bij niet alle ouders is duidelijk wat er geregeld moet worden. Dat kan leiden tot vervelende financiële verrassingen voor henzelf en/of hun kind. Dit komt vaak doordat ouders deze informatie zelf niet van hun eigen ouders hebben meegekregen (een generatiespecifiek element). Voorlichting, vergelijkbaar met de voorlichting die we zien bij senioren, zou hier een oplossing kunnen bieden. Wanneer een kind 18 wordt, ontvangt het een kaart met de mogelijkheid om een vrijwillige 18-/18+ voorlichter te raadplegen. Deze vrijwilliger kan de jongvolwassene ook doorverwijzen naar Woon-Leer-Werktrajecten.
Jongeren tussen de 18 en 27 jaar uit de gemeenten Oldambt en Het Hogeland krijgen de kans om in één jaar zelfstandig te leren wonen via een Woon-Leer-Werktraject. Dit traject is bedoeld voor jongeren die de overstap willen maken van een ondersteuningsvorm zoals beschermd wonen of het ouderlijk huis naar zelfstandig wonen, maar die nog niet helemaal klaar zijn om volledig zelfstandig te leven.
Het verminderen van financiële zorgen en het bevorderen van sociale contacten draagt bij aan minder stress. En dat is cruciaal voor het welzijn van bewoners en helpt bij een gelukkiger en gezonder leven.