Spring naar inhoud

Verdeling contacten

In deze verantwoording is sprake van een verschil in wijze van registreren tussen Sociaal Werk op School in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Dit verschil hangt samen met de verschillende manieren waarop de inzet van Sociaal Werk op School binnen het primair en voortgezet onderwijs is ingericht. 

Binnen het primair onderwijs houden sociaal werkers lijsten bij waarin contactmomenten met ouders en leerlingen worden geregistreerd. Binnen het voortgezet onderwijs wordt op een andere manier geregistreerd, waardoor cijfers minder direct vergelijkbaar zijn. Er wordt momenteel gewerkt aan het meer op elkaar afstemmen en rechttrekken van de registratie. In de volgende verantwoording zal dit naar verwachting duidelijker en eenduidiger zichtbaar zijn. 

Verdeling contacten op het primair onderwijs

Binnen het primair onderwijs zijn in het afgelopen jaar ruim 1600 gesprekken gevoerd. Dit aantal gesprekken laat zien dat Sociaal Werk op School een belangrijke laagdrempelige functie vervult. Een aanzienlijk deel van deze gesprekken betreft nieuwe contacten: ouders en leerlingen die eerder niet in beeld waren bij hulpverlenende instanties. 

Doordat de sociaal werker zichtbaar en aanwezig is op school, wordt de drempel om hulp te zoeken aanzienlijk verlaagd. Voor veel ouders en leerlingen voelt een hulpverleningsorganisatie groot en ingewikkeld, terwijl de school een vertrouwde en veilige omgeving is. Hierdoor komen zorgen eerder ter sprake en kunnen signalen tijdig worden opgepakt. Dankzij deze laagdrempelige aanwezigheid van sociaal werkers op school zijn gezinnen en jongeren nu wel in beeld die anders mogelijk geen hulp zouden hebben gezocht of pas in een later stadium in beeld waren gekomen. Sociaal Werk op School vervult daarmee een belangrijke preventieve rol binnen het onderwijs. 

In de volgende paragrafen wordt de inzet van Sociaal Werk op School verder toegelicht aan de hand van de contacten met interne disciplines, ouders en leerlingen. De onderstaande grafiek laat zien hoe onze inzet verdeeld is over deze verschillende pijlers in het primair onderwijs en maakt de verhoudingen zichtbaar. 

Gesprekken op school

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Wie Percentage
Leerkracht 18%
Ouders 37%
Intern begeleider 29%
Leerlingen 8%
Anders 8%

Contact met interne disciplines

Sociaal werkers hebben tijdens hun aanwezigheid op school veel contact met de verschillende interne disciplines. Door de vaste aanwezigheid op scholen merken de sociaal werkers een verbetering in dit contact. Zo weten mensen ze beter te vinden en zijn de lijntjes korter, wat zorgt voor een prettige samenwerking. In 2025 zijn er in totaal ruim 1600 gesprekken gevoerd op het primair onderwijs, waarbij meer dan de helft van de gesprekken werd gevoerd met interne disciplines. Meer dan de helft van deze gesprekken was met de interne begeleiders. Van deze gesprekken werd 33% gevoerd met de leerkrachten en 15% met andere professionals.

De contacten met de interne begeleiders waren voornamelijk gericht op:

  • Route zorg bespreken/ uitleggen (onder andere de meldcode)
  • Sociale weerbaarheid en contacten
  • Gedrag en emotieregulatie
  • Gedrag en emotieregulatie
  • Sociale weerbaarheid en contacten
  • Observaties in de klas

De contacten met de leerkrachten waren voornamelijk gericht op:

  • Gedrag en emotieregulatie
  • Sociale weerbaarheid en contacten
  • Observaties in de klas

Daarnaast zijn de sociaal werkers ook aanwezig geweest bij 278 verschillende overleggen en activiteiten op de scholen, zoals koffieochtenden, open dagen en ouderavonden. De sociaal werkers hebben 87 keer deelgenomen aan multidisciplinaire overleggen op de scholen wat zorgt voor structurele betrokkenheid en bijdraagt aan een integrale aanpak op de scholen. Ook hier draagt de vaste aanwezigheid op de scholen bij aan de zichtbaarheid die de sociaal werkers op de scholen hebben. 

Contact met ouders en/ of verzorgers

De contacten met ouders en verzorgers is een belangrijk onderdeel van Sociaal Werk op School. Van de gesprekken die de sociaal werkers op school voeren is 37% met de ouders en verzorgers. In 20% van deze gevallen kwam dit contact tot stand via een verwijzing door een leerkracht. Deze verwijzingen gebeuren voornamelijk op het gebied van opvoedvragen en vragen over gedrag en emotieregulatie. Voorheen was het percentage van verwijzingen van een leerkracht lager en deze toename laat zien dat de zichtbaarheid op scholen er in resulteert dat er vaker aan de sociaal werkers gedacht wordt en vaker naar hen wordt doorverwezen.

De gesprekken met ouders zijn waardevol, omdat dit bijdraagt aan vroegtijdige signalering en het versterken van de thuissituatie. Daarnaast zijn de gesprekken met ouders ook waardevol wanneer er toch meer ondersteuning nodig blijkt te zijn. Door eerdere ervaringen met sociaal werk is de drempel om weer ondersteuning vanuit sociaal werk te accepteren lager.

De belangrijkste thema’s in de gesprekken met de ouders waren:

  • Opvoedvragen
  • Gedrag en emotieregulatie
  • Sociale weerbaarheid en contacten
  • Echtscheiding

Door de contacten met ouders helpen we met Sociaal Werk op School niet alleen binnen de school, maar ondersteunen we ook in de thuissituatie. Op deze manier krijgen zowel kinderen als ouders de ondersteuning die ze soms nodig hebben. 

Contact met leerlingen

Hoewel niet alle leerlingen uit zichzelf de sociaal werkers benaderen weten de leerlingen de sociaal werkers steeds beter te vinden. Van alle vragen kwam 8% rechtstreeks vanuit de leerlingen. Veel van deze vragen waren gericht op het thema sociale weerbaarheid en gedrag en emotieregulatie. Daarnaast zijn er in totaal 218 kind gesprekken gevoerd.

Naast de individuele gesprekken met de kinderen hebben we in totaal 62 keer een observatie in de klas gedaan. Deze observaties geven inzichten in het gedrag van leerlingen in de groepsdynamiek.

De vaste, laagdrempelige en structurele aanwezigheid van sociaal werkers op school zorgt ervoor dat zij zichtbaar en herkenbaar zijn voor leerlingen. Sociaal werkers ervaren dat hierdoor meer leerlingen hen weten te vinden. Deze vertrouwdheid draagt bij aan een gevoel van veiligheid en vertrouwen, waardoor leerlingen eerder contact zoeken om vragen te stellen of hun verhaal te doen. Door deze vroege signalering kunnen zorgen in een vroeg stadium worden opgepakt en voorkomen we dat problemen verder uitgroeien.

De sociaal werkers kijken daarbij niet alleen naar het kind, maar betrekken ook ouders of verzorgers. Gesprekken met leerlingen op het primair onderwijs vinden altijd plaats met een duidelijk doel en in afstemming met ouders. Waar mogelijk worden ouders actief meegenomen, zodat zij thuis verder kunnen werken aan hetgeen wat op school is gestart. Hierdoor wordt het ‘probleem’ ook aangepakt daar waar het zich vooral voordoet, namelijk de thuissituatie.

In de praktijk zien we dat ouders soms geneigd zijn om vooral een kindgesprek aan te vragen, omdat zij niet altijd weten hoe zij een probleem zelf kunnen aanpakken. Vanuit Sociaal Werk op School ligt de focus echter op het versterken van ouders in hun eigen kracht en het ondersteunen van hun opvoedende rol. Het kind functioneert namelijk vooral binnen het gezin, terwijl de sociaal werker het kind alleen op vaste momenten ziet. Door verantwoordelijkheid bij ouders te laten en deze niet over te nemen, ontstaat duurzame verandering en blijvende ondersteuning. 

Bereikte gezinnen en jeugdigen

Het exact vaststellen van het aantal unieke gezinnen en jeugdigen dat is bereikt, is lastig vanwege mogelijke overlap in registraties. Wel geeft de beschikbare monitoring een goed beeld van het bereik van Sociaal Werk op School.

Er zijn in het kader van Sociaal Werk op School gesprekken gevoerd met in totaal 595 ouders en 124 leerlingen, dit is ongeveer 44% van alle gesprekken die zijn gevoerd. Deze gesprekken bestonden uit laagdrempelige ondersteuning, advisering en het bieden van een luisterend oor, afgestemd op de vragen en behoeften van ouders en leerlingen. Daarmee levert Sociaal Werk op School een belangrijke bijdrage aan het vroegtijdig signaleren van zorgen en het ondersteunen van gezinnen en jeugdigen binnen de schoolcontext. 

Verdeling contacten op het voortgezet onderwijs

De verdeling van de tijd tussen contact met school, ouders en jongeren verschilt per periode en is afhankelijk van de vragen die binnenkomen. In de praktijk ligt de nadruk vooral op contact met school, waarbij het merendeel van de vragen afkomstig is van docenten en mentoren. Vragen komen niet alleen tijdens spreekuren, maar ook daarbuiten, vaak naar aanleiding van signalen die docenten in de klas of op school opvangen.

Leerlingen melden zich niet vaak uit zichzelf bij Sociaal Werk op School en hebben hierin vaak een zetje nodig van een docent of ouder. Meestal worden zorgen over leerlingen eerst besproken met docenten, waarna de leerling wordt doorverwezen naar het spreekuur. Vanuit deze gesprekken wordt bekeken of en in welke mate ouders betrokken moeten worden.

Ouders benaderen Sociaal Werk op School soms ook rechtstreeks. Binnen het voortgezet onderwijs gebeurt dit alleen minder vaak dan binnen het primair onderwijs, omdat ouders op het voortgezet onderwijs minder structureel aanwezig zijn op school. Dit maakt dat het contact met ouders vaker indirect verloopt en meestal tot stand komt via school of via de jongere zelf.

De sociaal werker ondersteunt de school bij het duiden van zorgen en het meedenken over passende vervolgstappen en vervult daarbij een brugfunctie tussen school, leerling en ouders. In veel gevallen blijft er gedurende het traject afstemming met de docent of mentor en is er, afhankelijk van de hulpvraag en de leeftijd van de jongere, ook contact met de ouders.