Verwijzingen
Verwijzingen primair onderwijs
Zoals eerder benoemd zijn op scholen ruim 1600 gesprekken gevoerd met leerlingen, ouders, intern begeleiders, leraren en andere betrokken professionals. Deze gesprekken laten zien dat de inzet van Sociaal Werk op School van meerwaarde is. In meer dan 97% van de gevallen bleek verdere doorverwijzing naar zwaardere of externe hulp niet nodig en kon ondersteuning direct binnen de schoolcontext worden geboden. Dit draagt bij aan laagdrempelige, snelle en passende hulp, waarbij problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Daarnaast blijkt dat in 39% van de gesprekken het geven van een advies al voldoende was om leerlingen, ouders of professionals verder te helpen.
Wanneer een gesprek met Sociaal Werk op School niet voldoende was, is er zowel intern als extern doorverwezen. In totaal zijn er 49 doorverwijzingen geweest, waarvan bijna 70% intern is doorverwezen.
Intern is er doorverwezen de volgende andere onderdelen van Welstad:
- Gezinscoaching
- Buurtwerk sport
- Buurtmaatschappelijk werk
- Buurtwerk
Van de 34 interne doorverwijzingen werd bijna de helft doorverwezen naar de gezinscoaching binnen Welstad.
Ongeveer 30% van de doorverwijzingen ging naar externe partijen. Dit waren voornamelijk het CJGV, Veilig Thuis en de huisarts. Verder werd er nog een enkeling doorverwezen naar andere partijen zoals WMO, de leerplicht, sociaal team, Stichting Rikkie, Accare en slachtofferhulp.
Deze cijfers laten zien dat Sociaal Werk op School in de meeste gevallen direct passende ondersteuning of advies kan bieden en waar nodig kan doorverwijzen naar andere passende hulp en ondersteuning.
Verwijzingen voortgezet onderwijs
Binnen het voortgezet onderwijs werkt Sociaal Werk op School vaak met een complexe doelgroep, waarbij in veel gevallen al andere instanties betrokken zijn. De sociaal werker wordt vooral ingezet bij bestaande hulptrajecten en om te signaleren wanneer extra ondersteuning nodig is.
In veel situaties is de inzet van Sociaal Werk op School voldoende. Vaak is er al veel bekend over de situatie of is er al externe hulp binnen het gezin. De sociaal werker kan zich dan richten op ventilerende gesprekken of op het ondersteunen bij problemen die het functioneren op school beïnvloeden. Wanneer er nog geen hulp is, wordt eerst geïnventariseerd of doorverwijzing nodig is, of voert de sociaal werker zelf gesprekken met jongeren. Doorverwijzingen vinden zowel intern binnen Welstad als extern plaats, waarbij vaak meerdere trajecten parallel lopen. Zo wordt er intern bijvoorbeeld doorverwezen naar een schoolmaatschappelijk werker en extern bijvoorbeeld naar jeugdhulp.