
Inwoners met hulpvragen ondersteunen
1. Ambitie
Doelstelling hoofdopdracht: ‘Met de inzet van maatschappelijke dienstverlening en welzijn zetten we inwoners in hun kracht, versterken we sociale netwerken en informele zorg en leveren zo een onmisbare bijdrage aan een vitale, verantwoordelijke en inclusieve samenleving en minder zware zorg’.
De doelstelling van de hoofdopdracht is nog steeds passend bij de huidige ontwikkelingen. De basis van onze dienstverlening is de collectieve dienstverlening en individuele ondersteuning vanuit de buurtteams, gericht op het bevorderen van de positieve gezondheid van de inwoners van Assen. Met de uitvoering hiervan richten we ons op alle inwoners van Assen, ongeacht de hulpvraag of doelgroep. De individuele ondersteuning en collectieve dienstverlening liggen aan de basis van de meer gerichte opdrachten die bijdragen aan de pijlers van het programma Sociale Stad Assen.
De eerste vier stappen van het Kwaliteitskompas (Ambities, Maatschappelijk resultaat, Activiteiten en Input kwaliteit) zijn op dit thema dus niet van toepassing. We hebben voor dit thema dan ook op organisatieniveau de outcome-indicatoren met betrekking tot bereik, doelresultaat en klantervaring geformuleerd en toegelicht.
2. Outcome
Bereik collectieve dienstverlening
| Indicatoren outcome - bereik - collectieve dienstverlening | 2025 | 2024 | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|
| Aantal collectieve activiteiten (exclusief AAN) | 263 | 217 | ↑ |
| Aantal bijeenkomsten bij deze collectieve activiteiten (exclusief AAN) | 1207 | 1063 | ↑ |
| Aantal deelnemers aan deze collectieve activiteiten (exclusief AAN) | 17488 | 11467 | ↑ |
| Aantal ondersteunde inwonersinitiatieven (zelforganisatie) | 31 | 20 | ↑ |
| Aantal collectieve activiteiten waarbij vrijwilligers worden ingezet | 23 | 22 | ↔ |
| Aantal vrijwilligers | 343 | 288 | ↑ |
Toelichting tabel: AAN = Asser Activiteiten Na school. Het bereik van deze activiteiten is benoemd in hoofdstuk 4. Omdat dit om grote aantallen gaat en deze een grote invloed hebben op het totale bereik is dit niet in bovenstaande cijfers opgenomen.
De kracht van meedoen
De buurtwerker ondersteunt een inwoner die niet goed in haar vel zit. Ze stelt voor om naar een sociale huiskamer te gaan en om haar over de drempel te helpen gaat de buurtwerker eerst met de inwoner mee. Nu gaat zij zelfstandig heen en de vrijwilliger vraagt: “Wat heb jij met haar gedaan, mevrouw is ineens een hele andere vrouw!”
Bereik individuele dienstverlening
| Indicatoren outcome - bereik - individuele dienstverlening | 2025 | 2024 | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|
| Opgestarte individuele trajecten | 700 | 604 | ↑ |
| Afgesloten individuele trajecten | 584 | 533 | ↑ |
| Opgestarte leun en steuntrajecten | 67 | 99 | ↓ |
| Afgesloten leun en steuntrajecten | 123 | 125 | ↔ |
| Aantal informatie en advies vragen | 2555 | 2697 | ↓ |
| Aantal signalen | 133 | 149 | ↓ |
| Aantal vragen | 329 | 463 | ↓ |
| Aantal individuele hulpvragen beantwoord kinderen en jongeren (0-18 jaar) | 719 | 876 | ↓ |
| Aantallen per problematiek en wijk | zie onder | zie onder | |
| Aantal huisverboden | 8 | 13 | ↓ |
Definities individuele ondersteuning
Individuele trajecten - Dit zijn trajecten die worden ingezet wanneer een inwoner een hulpvraag heeft die meerdere gesprekken vereist en waarvoor een duidelijk doel is vastgesteld.
Leun- en steuntrajecten – Trajecten waarbij de inwoner af en toe ondersteunend contact nodig heeft voor een bekende en/of zich herhalende vraag.
Informatie- en adviesvragen - Dit betreft een eenmalig advies of antwoord dat tijdens een gesprek aan de vraag van een inwoner is gegeven.
Signalen - Deze worden door de sociaal werker geregistreerd wanneer hen iets opgevallen is wat relevant is voor onze ondersteuning of wanneer een inwoner of ketenpartner een signaal afgeeft.
Vragen - Dit zijn vragen van inwoners of netwerkpartners waar doorvragen vaak nodig is en die verdere actie vragen.
Individuele aanmeldingen per team
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Individuele aanmeldingen per team | opgestart |
|---|---|
| Assen Oost | 79 |
| Baggelhuizen-Centrum | 107 |
| Noorderpark-Peelo | 134 |
| Kloosterveen | 69 |
| Lariks-Pittelo | 76 |
| Marsdijk | 99 |
| VO-team | 111 |
Opgestarte leun en steuntrajecten per team
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| aanmeldingen L&S per team | |
|---|---|
| Assen Oost | 10 |
| Baggelhuizen-Centrum | 13 |
| Noorderpark-Peelo | 16 |
| Kloosterveen | 3 |
| Lariks-Pittelo | 3 |
| Marsdijk | 11 |
| VO-team | 11 |
| Team informele ondersteuning |
ZRM top 5 hoofddomein individuele trajecten
| Geestelijke gezondheid | 296 |
| Huiselijke relaties | 197 |
| Financien | 120 |
| Sociaal netwerk | 82 |
| Sociaal emotionele ondersteuning (ouderschap) | 72 |
ZRM top 3 hoofddomein individuele trajecten per wijk
| Wijk | ZRM-domein 1 | ZRM-domein 2 | ZRM-domein 3 |
|---|---|---|---|
| Assen Oost | Geestelijke gezondheid | Financien | Huiselijke relaties |
| Baggelhuizen-Centrum | Geestelijke gezondheid | Financien | Sociaal netwerk |
| Kloosterveen | Geestelijke gezondheid | Financien | Sociaal emotionele ondersteuning (ouderschap) |
| Lariks-Pittelo | Geestelijke gezondheid | Huiselijke relaties | Sociaal netwerk |
| Marsdijk | Geestelijke gezondheid | Huiselijke relaties | Sociaal netwerk |
| Noorderpark-Peelo | Huiselijke relaties | Geestelijke gezondheid | Financien |
ZRM top 5 hoofddomein leun en steuntrajecten
| Geestelijke gezondheid | 75 |
| Maatschappelijke participatie | 52 |
| Sociaal netwerk | 48 |
| Financien | 30 |
| Tijdsbesteding | 29 |
ZRM top 5 hoofddomein informatie en adviesvragen
| Financiën | 1232 |
| Lichamelijke gezondheid | 273 |
| Geestelijke gezondheid | 207 |
| Maatschappelijke participatie | 174 |
| Huisvesting | 159 |
De ZRM-top 3 bij de individuele trajecten is de afgelopen jaren redelijk stabiel. Geestelijke gezondheid staat ruimschoots op nummer één, nummer twee en drie wisselen tussen het domein financiën en huiselijke relaties. De vierde en vijfde plek zijn wisselend, waarbij het opvallend is dat het domein sociaal-emotionele ondersteuning bij ouderschap voor het eerst in de top 5 te zien is.
Wanneer we naar de wijken kijken, zien we dat in Noorderpark/Peelo het domein Huiselijke Relaties op nummer 1 staat. Hier waren iets meer vragen over Huiselijke Relaties dan over Geestelijke Gezondheid. Dit is hetzelfde beeld als we vorig jaar zagen. Ook in Lariks-Pittelo zien we relatief veel vragen over huiselijke relaties. In Baggelhuizen-Centrum zien we net als vorig jaar veel vragen over financiën naast geestelijke gezondheid. Datzelfde geldt voor Assen-Oost.
Bij de informatie- en adviesvragen zien we dat vragen vooral gaan over financiën. In Kloosterveen valt daarbij op dat er relatief veel vragen zijn over Maatschappelijke Participatie en in Noorderpark-Peelo zijn er in verhouding veel vragen over lichamelijke gezondheid.
GGZ-behandeling voorkomen
Nina, maatschappelijk werker bij Vaart Welzijn, heeft het afgelopen jaar Marian ondersteund. Zij heeft een heel bewogen jaar gehad, zowel fysiek als mentaal. Nina voert gesprekken met Marian en dit lijkt te werken: rond de zomer bouwen ze het aantal gesprekken af. Dan neemt Marian echter contact met Nina op dat het niet meer gaat. Hierop heeft Nina Marians netwerk ingeschakeld om een bezoekschema op te stellen. Nina overweegt om ggz-hulpverlening in te schakelen, maar hier is een lange wachtlijst en Marian heeft direct ondersteuning nodig. Met behulp van gerichte websites, de kennis en ondersteuning van Nina en door het inschakelen van Marians netwerk gaat het in kleine stapjes beter met haar. Nina biedt haar ondersteuning op een laag pitje als het kan en intensiever als het nodig is. Daarmee is inzet van ggz-behandeling niet meer nodig.
Samen oplopen
De echtgenote van een inwoner die al langere tijd bij ons bekend was, overleed. Daarna was hij een aantal maanden niet in beeld. Totdat hij aangaf dat het niet goed met hem ging: het was een rotzooi in huis, brieven werden niet geopend en hij deed suïcidale uitingen. De buurtmaatschappelijk werker is met hem naar de huisarts gegaan en vervolgens zijn zij samen naar de GGZ gegaan. De inwoner is begeleid bij de rouwverwerking en is aan zichzelf gaan werken. Bij vragen over bijv. een rekening of aanmaning loopt hij nu binnen bij het buurtteam. Dat zou hij eerder niet doen en op die manier kan terugval voorkomen worden.
Doelrealisatie
| Indicatoren outcome - doelrealisatie | 2025 | 2024 | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|
| Impact collectieve dienstverlening regulier | 8,5 | 8 | ↑ |
| Impact collectieve dienstverlening jongeren | 8,1 | 7,6 | ↑ |
| ZRM – aantal hulpvragen waarbij de doelscore is behaald | 69% | 70% | ↔ |
| ZRM – gemiddelde groei op de hoofddomeinen | 0,68 | 0,86 | ↓ |
| ZRM – start en eindscores | zie onder | zie onder | |
| Het percentage individuele casussen dat wordt afgesloten met resultaat zelfstandig verder of verder in informeel circuit is tenminste 65% | 76% | 73% | ↔ |
Impactmeting collectieve activiteiten
De impact van de collectieve dienstverlening wordt weergegeven door te tellen en te vertellen Het tellen bestaat uit het toepassen van een meetinstrument dat de impact laat zien. Het Tinten-meetinstrument is opgebouwd uit drie deelgebieden waar de interventies invloed op hebben. De drie deelgebieden zijn samenlevingsopbouw, ondersteuning en actief burgerschap. Ieder deelgebied is onderverdeeld in indicatoren (zie grafiek), die zijn vertaald naar een begrijpelijke vragenlijst voor de deelnemers. Met elke vraag geven de deelnemers op een 10-puntsschaal aan in hoeverre zij op die indicator impact hebben ervaren. Daarnaast is een kortere versie van het meetinstrument opgesteld voor de dienstverlening van het VO-team.
De vragenlijst wordt met name ingezet bij activiteiten die een oplossing zijn voor een hulpvraag en activiteiten die een potentiële hulpvraag voorkomen (zie paragraaf: "Toelichting outcome bereik en doelrealisatie" onderaan dit hoofdstuk). De vragenlijst wordt tijdens de laatste bijeenkomst ingevuld of na de activiteit gemaild aan de deelnemers. Ongeacht het deelgebied waar de activiteit zich op richt wordt de impact wel breed uitgevraagd, om zo ook de indirecte impact op andere indicatoren te meten. Wanneer een vraag echt niet van toepassing is kan deze weggelaten worden in de vragenlijst. De uitkomsten worden gebruikt voor de evaluatie van de activiteit en kunnen aanleiding zijn om de activiteit aan te passen de volgende keer dat deze georganiseerd wordt.
Het vertellen is een ander belangrijk onderdeel van het inzichtelijk maken van de impact van de collectieve dienstverlening. Dit doen we door evaluaties uit te voeren en quotes van deelnemers vast te leggen, die inzicht geven in de impact en de activiteiten beschrijven. Gezamenlijk geven deze twee methodes inzicht in de door inwoners ervaren verandering die de collectieve dienstverlening teweegbrengt: de impact. Het vertellende deel is terug te vinden, verdeeld over deze jaarrapportage.
Gemiddelde scores op impactmeting collectieve dienstverlening - regulier
106 ingevulde vragenlijsten voor 39 activiteiten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| KPI | gemiddelde |
|---|---|
| Klanttevredenheid | 8,5 |
| Erkend voelen | 8,6 |
| Activering | 7,7 |
| Opgelucht voelen | 8,9 |
| Zelfredzaamheid | 7,4 |
| Netwerkversterking | 8,2 |
| Lichamelijke gezondheid | 8,8 |
| Verbonden voelen | 8,2 |
| Participatie | 7,9 |
| Inbedding | 8,1 |
Gemiddelde scores op impactmeting collectieve dienstverlening - jongeren
60 ingevulde vragenlijsten voor 30 activiteiten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| KPI | gemiddelde |
|---|---|
| Tevredenheid | 8,1 |
| Lichte ondersteuning | 8,5 |
| Voorlichting | 7,6 |
| Training | 7,4 |
| Activering | 6,8 |
ZRM start- en eindscores
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|---|---|---|---|---|---|
| Startmeting | 9 | 66 | 220 | 133 | 21 |
| Eindmeting | 2 | 11 | 94 | 192 | 150 |
In de bovenstaande grafieken is aangegeven hoe vaak de vijf scores voor zelfredzaamheid zijn aangegeven bij de start- en eind-ZRM. In de grafiek zien we dat de zelfredzaamheid aan het eind van het traject is verschoven en dat daar veel vaker 4 en 5 is ingevuld en de scores 1, 2 en 3 veel minder vaak voorkomen. Dit laat dus een positieve verschuiving van zelfredzaamheid zien.
Klantervaring
| Indicatoren outcome - klantervaring | 2025 | 2024 | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|
| Tevredenheidsonderzoeken | |||
| Klanten - individuele ondersteuning | 8,2 | 8 | ↑ |
| Klanten - collectieve dienstverlening - algemeen | 8,5 | 8,6 | ↔ |
| Klanten - collectieve dienstverlening - jongeren | 8,1 | 8,2 | ↔ |
| Netwerkpartners** | nvt | 7,8 | |
| Vrijwilligers** | 8 | 7,6 | ↑ |
Toelichting outcome bereik en doelrealisatie
Stijgend bereik collectief
De trend van de afgelopen jaren zet zich voort in 2025. Het aantal collectieve activiteiten en het aantal deelnemers dat we hiermee bereiken, stijgt verder. De voorgaande jaren schommelde het aantal geregistreerde vrijwilligers steeds net onder de 300, we zien nu een stijging naar 343. Ook laat het aantal ondersteunde inwonersinitiatieven dit jaar een stijging zien. Zoals in deze rapportage te lezen is, zien we hier in een aantal wijken positieve ontwikkelingen in.
Van individueel naar collectief
Al een aantal jaren proberen we waar mogelijk individuele vragen van inwoners te ondersteunen op een collectieve manier. De professionals van Vaart Welzijn kijken bij een hulpvraag altijd eerst of deze ook beantwoord kan worden door deel te nemen aan een collectieve activiteit. Daarbij maken zij gebruik van het bestaande collectieve aanbod van Vaart Welzijn en ketenpartners. Ook bespreken de teams signalen en vragen gezamenlijk en kijken zij of het naar aanleiding daarvan wenselijk is om nieuwe collectieve activiteiten te ontwikkelen. Daarvan zien we enkele voorbeelden in deze rapportage.
De collectieve activiteiten van Vaart Welzijn kunnen grofweg in drie categorieën onderscheiden worden:
1. Activiteiten die een oplossing zijn voor een bestaande hulpvraag. Bijvoorbeeld een budgetcursus of weerbaarheidstraining.
2. Activiteiten die een potentiële hulpvraag voorkomen, en waarbij er een directe relatie is met de activiteit en de potentiële hulpvraag. Zoals bij de klassentraining op maat, waarbij een hele klas training krijgt met als onderliggend doel om te gaan met ongewenst gedrag van een van de leerlingen. Deze training heeft er toe geleid dat individuele problemen door deze situatie er al waren zijn opgelost, maar ook problemen die dreigden te ontstaan zijn voorkomen.
3. Activiteiten die bijdragen aan talentontwikkeling en bevorderen van de sociale cohesie en de sociale basis. Deze activiteiten kan wel naar verwezen worden bij een individuele hulpvraag, maar is niet direct gericht op het oplossen van hulpvragen. Hier vallen o.a. een schilderworkshop en een voetbaltoernooi onder.
We kunnen dit onderscheid nog niet goed inzichtelijk maken in ons registratiesysteem en kunnen hierover dus ook nog geen exacte cijfers aanleveren. In 2026 zullen we hier aandacht voor hebben, zodat we in de volgende jaarrapportage hier beter inzicht in kunnen geven. Wanneer we een eerste inschatting maken dat zo'n 20 % van de activiteiten, met circa 15% van de totale deelnemers in de eerste categorie lijkt te vallen.
Stijging nieuwe aanmeldingen individueel traject
Nadat het aantal nieuwe aanmeldingen voor individuele trajecten in de afgelopen rapportage een lichte daling liet zien, is dit in 2025 met 96 gestegen ten opzichte van 2024. Het aantal nieuwe aanmeldingen in 2025 is 700, in 2024 bedroeg dit 604.
Tegelijkertijd zien we een daling in korte contacten: informatie en advies, signalen en vragen. In 2024 hebben we 3309 korte contacten gehad, in 2025 is dit gedaald naar 3017. Daarnaast is het aantal nieuwe leun- en steuntrajecten gedaald van 99 naar 67 dit jaar. Onze inschatting is dat dit veroorzaakt wordt door steeds complexere problematiek, waarbij vaker een intensiever traject nodig is.
Overbruggingsondersteuning complex
Maatschappelijk werkers geven aan dat zij inwoners ondersteunen met problematiek waarvoor zij niet de juiste persoon zijn, omdat de instanties ontbreken. Zij bieden dan wel overbruggingsondersteuning, maar door de lange wachttijden kan dit wel betekenen dat inwoners gedurende lange tijd niet de juiste ondersteuning krijgen. Voor de inwoner betekent dit dat de problemen blijven en mogelijk verergeren. Voorbeelden hiervan zijn een inwoner die te maken heeft met intiem terreur en femicide, en bij een andere casus wordt er al bijna een jaar gewacht op een onderzoek vanuit de Raad voor de Kinderbescherming.